Burgerwetenschap

Citizen science of crowdsourcing

Nadat de wetenschap institutionaliseerde in de 19e eeuw ontstond er een scheiding tussen ‘de wetenschapper’ en ‘de burger’. De twee leefden in zeer gescheiden werelden en hadden weinig met elkaar te maken. Oorspronkelijk werd wetenschap echter juist door burgers beoefend: hoe zit dat met die maan en die zon? Kom, laat ik eens wat op een kleitablet noteren. De laatste tijd is er een tendens gaande om burgers wederom te laten participeren. Met de ontwikkelingen op digitaal gebied wordt het steeds makkelijker om actief mensen te betrekken bij onderzoek.

Tijdens het KNAW-symposium op 16 juni 2016 over citizen science werd de website Iedereen Wetenschapper gelanceerd en gesproken over (de voors en tegens van) citizen science. Een ander aandachtspunt, dat hieronder behandeld wordt, was het verschil tussen crowdsourcing en citizen science.

Crowdsourcing

Hoewel er nog geen eenduidige definitie is, wordt gesproken van crowdsourcing als groepen mensen vrijwillig een bijdrage leveren bij het uitvoeren van (wetenschappelijk) werk, [1] bijvoorbeeld voor het verzamelen van gegevens.

Voordat de term crowdsourcing werd gebruikt waren er al projecten waarbij onderzoekers door burgers werden geholpen bij het verzamelen van data. Bekend is, dat onderzoekers van  het Meertens instituut [2] op huisbezoek gingen, om gegevens te verzamelen over bijvoorbeeld dialecten.
Een andere vorm van crowdsourcing is mensen inschakelen om gegevens te analyseren. Een voorbeeld hiervan is het Milky Way Project [3] waarin objecten in de ruimte worden geanalyseerd aan de hand van gedetailleerde afbeeldingen.
In beide gevallen is de onderzoeker is verantwoordelijk voor een wetenschappelijke opzet en afhandeling.
Bij een crowdsourcing project voor wetenschappelijke doeleinden zijn protocollen en controles nodig en dat blijkt ook bij het project Ja, ik wil. Hier moesten oude ondertrouwakten via gestandaardiseerde invoervelden getranscribeerd worden, waarna de transcripties nog eens extra gecontroleerd werden.
De ontwikkelingen op digitaal gebied maken het steeds makkelijker om actief mensen te betrekken bij onderzoek. Dat zie je bij dit soort analyse-projecten, en bij de jaarlijkse griepmeting en tuinvogeltelling, waarbij data wordt geleverd.

Citizen science

Weer een andere vorm van crowdsourcing wordt citizen science genoemd.
Een voorstel tot een definitie is te vinden op http://iedereenwetenschapper.nl/article/wat-citizen-science.[4] Hierin wordt gesteld dat citizen science ‘een actieve en doordachte bijdrage is van het publiek aan wetenschappelijk onderzoek’.
Ook hier blijft de onderzoeker eindverantwoordelijk voor het onderzoeksproces en de verwerking van gegevens. Een voorbeeld van citizen science waarbij van deelnemers iets meer wordt verwacht dan alleen het aanleveren of verwerken van gegevens is eTeRNA (https://librarytrends.weblog.tudelft.nl/2016/03/29/citizen-science-closing-knowledge-gaps/).[5] Deelnemers aan dit spel om RNA moleculen te ontwerpen kunnen gezamenlijk aan wetenschappelijke artikelen werken.

Wat is het nou?

Citizen science is volgens de gevolgde redenering een specifieke vorm van crowdsourcing, dus het woordje of kan worden doorgestreept.

Of gaat het verder dan dat.
Het definitievoorstel voor de term citizen science lijkt door de praktijk te zijn ingehaald. Op de gelanceerde website Iedereen Wetenschapper wordt aan burgers een bijdrage gevraagd in de vorm van data-levering en data-analyse. De oorspronkelijke crowdsourcing versmelt hiermee tot citizen science.

De verwachting is dat steeds meer onderzoekers, ook aan de TU Delft, projecten zullen opzetten, waarbij de bijdrage van burgers wordt gevraagd.
De ervaringen met citizen science zoals op het symposium gedeeld, laten zien dat onderzoekers bij een eigen project goede ondersteuning kunnen gebruiken. De Library kan hier mogelijk een rol spelen. Naast opslag en beschikbaar maken van wetenschappelijke gegevens, wat al gebeurt via 3tudatacentrum, kan de Library voorlichting geven aan onderzoekers en deelnemers over citizen science projecten. Voor ondersteuning, educatie en het uitwisselen van ervaringen zou de Library, zowel digitaal als fysiek, diensten kunnen aanbieden.

[1] https://en.wikipedia.org/wiki/Crowdsourcing
[2] https://www.meertens.knaw.nl/cms/nl/
[3] http://www.iedereenwetenschapper.be/projects/kijken-naar-de-geboorte-van-sterren
[4] http://iedereenwetenschapper.nl/article/wat-citizen-science
[5] https://librarytrends.weblog.tudelft.nl/2016/03/29/citizen-science-closing-knowledge-gaps/

Een kleine trend voor 2016

Als er één trend is die doorzet is het wel het steeds kleiner en goedkoper worden van computers.
Van kamer- tot bureau- tot tas formaat zijn we nu bij een creditcard formaat.
Meer dan de helft van de jongeren in Nederland heeft een smartphone, ook een computer.
Daarnaast is er, voor een bepaalde groep mensen, een grote vraag naar DIY(1) computers zoals de Arduino(2), de Raspberry Pi en de PINE64. Dit zijn goedkope, veelzijdige computers met ieder toch een eigen plaatsje in de markt van mogelijkheden.

ArduinoScreen Shot 2016-01-18 at 13.08.37Screen Shot 2016-01-18 at 13.08.57
        Arduino                             Raspberry Pi                                   PINE64

De Arduino heeft als basis een microcontroller die al het werk doet. Meestal wordt dit type computer gebruikt bij omgevingen waarbij het doen van één taak centraal staat. Dit zie je terug bij eenvoudige 3D printers waar een Arduino alle acties van de sensoren en motoren aanstuurt. Er zijn ook speciale Arduino’s voor wearables en voor het gebruik van Internet of Things (IoT).

De Raspberry Pi en de PINE64, met beide een OS(3) komen meer in de buurt van ‘echte’ computers en kunnen dan ook gebruikt worden voor eenvoudige zaken zoals browsen en/of tekstverwerken.
Beide computertjes hebben aansluitingen voor een beeldscherm en een muis/toetsenbord en geluid en zijn vrij eenvoudig te programmeren met standaard software als Python.

Oorspronkelijk bedoeld als leercomputer, wordt de Raspberry Pi ook ingezet als webbrowser. Als je geen superprestaties verwacht is de Raspberry Pi heel goed te gebruiken als webserver en mediaspeler.

De PINE64 gaat weer een stapje verder dan de Raspberry Pi in die zin dat het gebruikt kan worden als mini PC, met als OS Ubuntu of Android 5.1.
PINE64 er is als Basic- en als Plus versie, de PINE64+.

PINE64 is nog een kickstarter project. Op de website worden veel vragen beantwoordt. Voor de Arduino en de Raspberry Pi bestaat een levendige community waar je met al je vragen terecht kunt.

Voor kleine toepassingen, ook in de Library, zullen we steeds meer dit soort goedkope en energiezuinige creditcard-computers inzetten. Het is niet nodig om overal een klassieke computer voor te gebruiken.

 

(1) Do It Yourself computers geven veel vrijheid. De computer is een goedkope veelzijdige basis van waaruit veel geexperimenteerd wordt en waarmee veel mooie toepassingen worden gemaakt.

(2) Arduino heet buiten de USA Genuino in verband met rechtszaken over de naamseigendom

(3) Operating Systeem is afhankelijk van de onderliggende computer.
Raspberry Pi gebruikt Linux varianten als Debian en Arch Linux.
PINE64 gebruikt Linux varianten als Ubuntu/Lubuntu en kan ook overweg met Android 5.1 (gebruik dan de PINE64+)

Bronnen:
Arduino:
https://en.wikipedia.org/wiki/Arduino

Raspberry:
https://en.wikipedia.org/wiki/Raspberry_Pi

PINE64:
https://www.kickstarter.com/projects/pine64/pine-a64-first-15-64-bit-single-board-super-comput

 

Beam

Instead of going to a room with a projector you take the projector to wherever you are.

Screw it in a light socket or use the included power cable and start projecting.
Started as a kickstarter project in february 2015 it became a product by december 2015.
With Beam it is easy to project wireless from your mobile device onto any flat surface.
You can show and share your work, projecting it on the wall or table and talk about it. Or use it at home, showing a recipe in the kitchen while cooking or just use it to watch a movie.
It seems all possible with Beam and it consumes less power than traditional projectors.

For more information, visit the Beam website.