Wat je nu echt moet weten over Snapchat

Ik wist dat het bestond, natuurlijk. Maar opeens was het overal: Snapchat in nieuwbrieven, blogposts, op het OCLC congres, in de krant, in gesprekken. Meestal samen met Instagram genoemd in de context van “the next big thing” op het gebied van social media. Instagram kennen we inmiddels wel, al is het maar van de “vette” foto’s die tegenwoordig op de monitor bij de personeelsingang voorbij komen. Snapchat is hot & happening, dus een onderzoekje waard.

snapchat logos

Met Snapchat kan je foto’s of video’s van max 10 seconden naar één specifiek contact of naar al jouw volgers sturen. Je kan de beelden bewerken door er op te tekenen of er teksten en emoticons of stickers aan toe te voegen. Je kan ook foto’s en video’s bundelen in een verhaal (story). Wat maakt Snapchat uniek? De Snaps (stories, foto’s en video’s) die je stuurt worden na het bekijken gewist. Hebben de ontvangers of volgers de Snaps 24 uur na het publiceren nog steeds niet gezien? Pech. Na 24 uur verdwijnen je creaties in de cyber-prullenbak. En dat is eigenlijk best wel fijn, want dan ben jij al weer wat anders interessants aan het doen waar je over kan snapchatten. Naast het chatten met beelden, kan je ook “gewoon” met tekst chatten met je volgers zoals je bij WhatsApp doet.

Wat Snapchat naast het vluchtige karakter nog meer zo populair maakt, is dat je de foto’s en video’s in de app maakt, dus zonder de mogelijkheid gebruik te maken van editing tools, mooimakerij of professionele apparatuur. Het gaat bij Snapchat niet zoals bij Instagram om het mooie plaatje, maar om het moment. De tekenstift en stickers nodigen uit om jouw creativiteit te botvieren op een laagdrempelige manier: het mag er uit zien als een kleutertekening (maar het hoeft niet, je kan zelfs echte Snapchat-kunstenaars volgen!).

Inmiddels bestaat Snapchat al een jaar of vijf en na een tijdje vooral populair te zijn geweest onder jongeren, beginnen nu de marketingmachines van bedrijven en organisaties en ja, ook hogescholen en universiteiten (HvA en UT) met Snapchat om hun doelgroep te bereiken. Je kan ook het NOS journaal, Ajax, CNN, Rihanna, Lil’ Kleine en waarschijnlijk je neefje van 12 volgen. Inmiddels hebben meer dan 2 miljoen Nederlanders een account. Ik nu ook.

Mijn eigen ervaring? Snapchat kijkt – met toestemming – wie van jouw contacten ook een Snapchat account heeft. In mijn geval waren dat mijn tiener neefjes en nichtjes, jonge meiden van modern-jazz les en één collega. Ik heb wat crea-foto’s de wereld in geslingerd, maar moet duidelijk nog even wennen. Is er iemand in de Library die een Snapchat-experimentje met mij wil aangaan?

Geraadpleegde bronnen:

I am the content: how and why instructors discover and share course content

Early January, OCLC held a webinar about a study done by by Temple University Libraries (Philadelphia, US) on practises of instructors selecting, sharing and organising course content. I didn’t have time then, but when we started to discuss what we as a library can do for teachers in the context of Open Education, especially for “Enrich online learning”, I decided to watch part of the webinar and look in to the study to see what we might learn from our colleagues across the ocean.

You can find a presentation as well as the webinar online at OCLC. The study has been conducted by doing a structured interview with ten full time teaching staff at Temple University.  It has had a long run: from preparation in 2011 to presenting the results in 2015. The content in the study can be readings, video, images and other supporting materials other than the course syllabus.

So what are instructors doing and why? Some are creating home video’s and posting them on YouTube or streamed to Blackboard using Ensemblevideo.com. Pdf’s of published articles are shared using Google Sites. Textbooks are carefully selected to be used for the long term, but supporting materials like links, images are on-the-fly selections. Teachers have accumulated this material, sometimes organised using tools like Dropbox, Delicious or EndNote. How do they discover these resources? “Well, that’s my job to know. I’m always aware of things, so if it appears to me, I’m gonna see it.” Also, teachers rely on their network: “…A social network is a little bit less cumbersome than doing a keyword search in [database name].”

Questions from the interview: how they decide what to share

Screenshot taken from the webinar’s presentation.

The take away for libraries is that the teachers said they rarely specifically search or “hunt” for course materials. What works at Temple is to weekly push content as an alert, such as an email with new book lists and/or relevant news from popular newspapers. What is necessary to be relevant is a good understanding of the appropriate level for the different target groups and a focus on quality.

According to Temple, to help teachers it might be more effective to “unbundle content” so instead of sending a link to an article or book, send a paragraph of chapter that is highly relevant. If I had been in the webinar, I would have asked: For all these (hundreds of) courses, how can the library have and maintain the knowledge to evaluate what is relevant and the right level for a specific course? They have library liaisons at the faculties at Temple, but I wonder if that is enough. Hey, let’s just send them an email!

Sources: webinar and pdf (slides).